Verkeerde (sociale) omgevingen leiden tot een tekort aan wilskracht

Voeding Wilskracht

De mens is emotioneel van aard, wat betekent dat we reageren op stimuli uit omgevingen. Stimuli creëren een impuls, waardoor we aangespoord worden tot bepaalde gedragingen.

Zijn deze omgevingen niet bewust door onszelf ingericht, dan reageren we dus op stimuli die we zelf niet hebben gekozen. Deze stimuli creëren impulsen, die ons aansporen tot gedragingen. Het kan dus zomaar zo zijn dat we momenteel bepaalde keuzes maken die voortkomen uit stimuli waar we helemaal niet bewust voor hebben gekozen.

Omgevingen spelen dus een belangrijke rol in ons gedrag. Het is zelfs veilig om te stellen dat wij op de lange termijn gevormd worden door onze omgevingen. En je kan je vast voorstellen dat het dus belangrijk is om eerst onze omgevingen te vormen, voordat onze omgevingen ons weer vormen.

Hoe vertaalt dit zich naar autonomie?

Autonomie wil zeggen dat we de regie over ons eigen leven hebben. Een autonoom persoon regisseert zijn/haar eigen leven.

Als we gevormd worden door onze omgevingen zonder dat wij onze omgevingen zelf bewust hebben gevormd, dan hebben we de regie niet. We zijn dan geen regisseur meer van onze omgevingen, onze omgevingen regisseren ons. Het gevolg hiervan is dat we ons onbewust tot onverklaarbare gedragingen laten aansporen. Omgevingen die we niet zelf regisseren maken het ons moeilijk om structureel bepaalde keuzes te maken de we graag willen maken (is autonomie).

Verkeerde omgevingen verlagen op een directe manier onze autonomie, doordat we geen regisseur zijn. En ze maken het ook nog eens moeilijker om onze autonomie terug te pakken, door het moeilijk te maken ons te gedragen zoals we willen.

In de afgelopen zeven jaar dat ik heb gewerkt als coach is het mij opgevallen dat onze (sociale) omgevingen vaak helemaal niet overeenkomen met wat wat we van van onszelf willen.

Laten we diëten als voorbeeld nemen.

Dieten, autonomie en wilskracht

Sociale kringen, onze werkplek, tankstations, supermarkten en misschien zelfs de inrichting van onze eigen keuken: dit zijn allemaal omgevingen die niet kunnen verschillen aan hoe we willen eten.

Er is een overvloed aan stimuli die niet overeenkomen met hoe wij ons leven willen leiden. Intuïtief vechten we tegen de weerstand die deze stimuli ons bieden. Om tegen deze weerstand te vechten hebben we wilskracht nodig, wat enorm veel energie kost om uit te oefenen.

De vergelijking met een tuinslang

Ik las ooit een mooi metafoor. Ik weet niet meer bij wie en waar het toen voor gebruikt werd, maar ik gebruik het idee nu om uit te leggen waarom het gebruik van wilskracht niet de beste manier is om een dieet aan te vliegen.

Beeld je een tuinslang in waar een kink in de slang zit. De kink biedt weerstand tegen het water en zorgt ervoor dat het water niet goed door de tuinslang kan stromen. Als je wil dat het water weer goed door de tuinslang stroomt, dan is het niet logisch om de kraan verder open te draaien en er meer water doorheen te forceren. Dat creëert alleen maar meer weerstand. Het is veel logischer om de kink eruit te halen, zodat het water op een natuurlijke manier kan stromen.

En ondanks dat dit vanzelfsprekend is, zie je dat we er toch vaak voor kiezen om de kraan verder open te draaien. In plaats van de kink eruit te halen. Dit voorbeeld kun je namelijk heel goed toepassen op de mens. Wij zijn in dit voorbeeld de tuinslang, en het water dat in de tuinslang vloeit is onze inzet. Het water dat weer uit de tuinslang komt is het resultaat van onze inzet. De kink in de tuinslang representeert onze (sociale) omgevingen. Dit is de kink die weerstand biedt tegen resultaat.

In plaats van onze omgevingen (de kink) te fixen, proberen we vaak meer inzet in te tonen (kraan verder open draaien). We proberen harder ons best te doen om diëten die te volgen. Maar de tuinslang, wij dus, blaast op als je er meer instopt dan dat er uitkomt. Meer inzet tonen zonder dat we de kink in ons leven fixen zal alleen maar voor meer en meer weerstand zorgen.

Weerstand, die we moeten bevechten met wilskracht.

Wilskracht

We hebben het gehad over autonomie en hoe dat leidt tot het opgeblazen tuinslang effect. We hebben het gehad over hoe het tuinslang effect weerstand creëert, dat we alleen maar met wilskracht kunnen bevechten.

We staan nu op het punt dat we wilskracht nodig hebben om de dag door te komen en ons aan ons dieet te houden.

Het is best makkelijk om een dag, misschien zelfs een week lang, de juiste keuzes te maken op basis van wilskracht. Maar uiteindelijk wint de drang om een Snickers en vier Italiaanse bollen met salami in ons gezicht te schuiven toch.

Wilskracht is namelijk een vrij beperkte bron die uitputbaar is. En we gebruiken deze bron van wilskracht niet alleen maar voor het volhouden van ons dieet en sportschema. We gebruiken wilskracht voor álle beslissingen die we in het dagelijkse leven nemen.

Om te besluiten wat voor kleding we dragen, om niet als een idioot te toeteren als iemand ons afsnijdt in het verkeer en om niet boos te worden op de kassière van de Albert Heijn als ze weer eens te langzaam onze boodschappen scant.

Alle gedachten die we proberen te dempen, alle emoties die we proberen te dempen en alle impulsen die we proberen te te dempen bieden allemaal weerstand en om deze weerstand te weerstaan maken we gebruik van onze wilskracht bron. Oftewel, al deze zaken putten onze wilskracht uit.

Het constant uitoefenen van onze wilskracht zorgt er op deze manier voor dat we tegen het einde van de dag niet meer in staat zijn om de gezonde keuzes te maken waarvan we met onszelf hebben afgesproken dat we ze zouden maken.

De relatie tussen wilskracht en besluitvorming werkt twee kanten op: Het maken van keuzes put wilskracht uit en een uitgeputte bron van wilskracht verminderd ons vermogen om goede keuzes te maken.

Wetende dat we maar een beperkte hoeveelheid wilskracht hebben op een dag, is het verstandig dit te bewaren voor de momenten waarop dat écht van belang is. In plaats van de weerstand in ons leven te overleven, willen we deze verminderen.

Herinrichten van mijn (sociale) omgevingen

Als we iets willen bereiken, dan vind ik dat we er goed aan doen om onze (sociale) omgevingen zoveel mogelijk overeen te laten komen met de manier waarop wij ons leven willen leiden. We willen onze omgevingen ons laten dienen, in plaats van tegen ons laten werken.

Deze overeenstemming is geen een luxe, maar een noodzaak.

Jarenlang heb ik gedacht dat het stoer is om de weg van de meeste weerstand te kiezen. Het is veel stoerder om mijn (sociale) omgevingen aan te passen op de manier waarop ik mijn leven wil leiden. Dat is namelijk zo makkelijk nog niet. Althans, vind ik.

Mijn (sociale) omgevingen aanpassen aan dat wat ik wil, in plaats van dat ik mij aanpas aan mijn (sociale) omgevingen is namelijk exact het tegenovergestelde wat intuitief is voor de mens.

Het betekent dat de inrichting en het gebruik van mijn woonkamer, keuken, werkkamer, telefoon, auto en kledingkast anders werkt dan bij de meeste.

Het betekent dat groenten en fruit áltijd in het zicht liggen. En dat er alleen maar eten aanwezig is waarvan ik op voorhand weet dat ik er geen spijt van krijg als ik er wat teveel van eet. Het betekent tegelijkertijd dat als er zondagavond onverwachts visite komt dat ik niks in huis heb, behalve wat fruit, groenten, pasta en andere basic voedingsmiddelen.

Ik haal gewoon geen lekkernijen in huis, omdat ik weet dat ik ze dan achterin mijn keel parkeer. Zonder genade. Het is preventie. En het werkt. Veel mensen zullen dit overdreven vinden. Zoals ik het weer overdreven vind om een voorraad kast te hebben met genoeg calorieën om de hongersnood in Afrika op te lossen.

Het is best nuttig om eens na te denken over wat voor omgeving jou zou kunnen dienen in de manier waarop jij je leven graag zou leiden. Komt dit overeen met de huidige inrichting en gebruik van die omgeving?

Voeg je bij de 100+ mensen die twee blogs per week toegestuurd krijgen.


Facebook
Twitter