Waarom valt het niet op als ik mijn leven verpest?

Mijn Italiaanse ouders zijn in 1993 naar Nederland verhuist.

Dat betekent een hoop. Maar voor mij betekent het vooral dat ik zonder raar aangekeken te worden Lasagne om 13:00 kan eten en dat ik in Nederland overal zo’n beetje de kleinste ben met 1,70 meter. Vooral dat laatste is nu even belangrijk.

Want tegelijkertijd denkt mijn familie in Italie dat ik groot ben. Of op zijn minst “gewoon normaal”. Dat komt omdat ze zelf allemaal maar hooguit 1,65 meter zijn.

Ja, duh, denk je nu. Dat heeft natuurlijk met relativiteit te maken. Want hoe lang, dik, dun, grijs, sterk, slap en gezond je bent is altijd relatief aan datgene waar je het aan afmeet. Zonder mogelijke vergelijking of doel is er geen lang, dik, dun, grijs, sterk en slap mogelijk — het zijn relatieve begrippen.

Oké, relativiteit dus. Het probleem zit hem dan ook niet in het feit dat we opvallen wanneer we afwijken van een groep, maar dat het niet opvalt als er niet afgeweken wordt binnen een groep.

De norm binnen een groep

Dit ligt wat anders in een groep, waar je namelijk ook te maken hebt met een norm. — hetgeen wat voor de meeste individuen geldt binnen de groep.

Dat wat de norm is, vinden we vanzelfsprekend. Dat wat we vanzelfsprekend vinden, vinden we normaal. En wat normaal is, daar kiezen we vaak autonoom voor — het zijn vrijwillige keuzes. Waardoor deze keuzes ook echt een onderdeel worden van wie wij zijn. Van onze motivatie.

Zo is het bijvoorbeeld in sommige groepen de norm om volgens een hormoondieet te eten. Iedereen binnen deze groep vindt het dan ook normaal om volgens een hormoondieet te eten. Er is eigenlijk niemand die dat niet doet. Want hetgeen dat deze individuen überhaupt tot een collectief maakt, is het feit dat ze allen een hormoondieet volgen. Maar dit geldt natuurlijk voor alle fundamentele overtuigingen die je hebt als collectief. En met fundamenteel, bedoel ik, de overtuigingen die het collectief bij elkaar lijmt. En ja, ieder collectief heeft lijm.

Dat is waarom er voor ieder fucking bedacht dieet facebook groepen zijn. En waarom politieke voorkeur mensen met elkaar verbindt. Lijm. Niet die lijm die Baudet soms lijkt te snuiven waardoor ‘ie soms wat onzin uitkraamt. Dat is weer andere lijm.

Oké, relativiteit dus. Het probleem zit hem dus niet in het feit dat we opvallen wanneer we afwijken van een groep, maar dat het niet opvalt als er niet afgeweken wordt binnen een groep.

De enige plek waar we opvallen is buiten onze groep. Omdat buiten onze groep, de enige plek is waar onze gedragingen niet de norm zijn. Oftewel, we wijken af van een andere groep. Je hebt dan onderlinge verschillen tussen groepen. Zoals vegetariërs en vleeseters. En hormoondieters en intermittant fasters.

Maar dit zijn kleine groepjes waardoor onderling verschil mogelijk is. En ook niet zulke relevante groepjes. Want who gives a fuck about wat je eet.

Waar wat nou als we de groep wat vergroten. En “de gemiddelde mens waar je mee in verbinding staat” als groep pakken en daar kijken naar wat de normen zijn op verschillende gebieden? En wat de impact is van deze normen op ons leven. En op het “eigenlijke” leven dat we zouden willen leiden.

Kan het zijn dat een groep als deze dysfunctie veroorzaakt op individueel niveau zonder dat het opvalt?

Dysfunctie is onzichtbaar als de groep groot genoeg is

Dysfunctie is het verstoren van het normaal functioneren van iets of iemand.

Individuele dysfunctie is alleen zichtbaar omdat we onszelf altijd relatief zien aan andere. Zonder andere is er geen “ik”. Ik kan alleen maar slecht nctioneren binnen mijn groep als iemand anders binnen de groep goed functioneert. Maar wat nou als iedereen binnen de groep (ongeveer) hetzelfde functioneert als ik? Als we relativiteit volgen, dan zou mijn dysfunctie onzichtbaar worden.

Dysfunctie is dus inderdaad onzichtbaar als hetgeen dat dysfunctie veroorzaakt de norm is binnen een groep. Eerder in deze blog schreef ik wat de norm binnen een groep voor impact op ons heeft:

Dat wat de norm is, vinden we vanzelfsprekend. Dat wat we vanzelfsprekend vinden, vinden we normaal. En wat normaal is, daar kiezen we vaak autonoom voor — het zijn vrijwillige keuzes. Waardoor deze keuzes ook echt een onderdeel worden van wie wij zijn. Van onze motivatie.

Wat nou als weinig bewegen, slecht eten, onvoldoende slaap en het nastreven van macht, sociale status en uiterlijk de norm vormen binnen een groep die zo verdomd groot is, dat we ons eigenlijk niet eens bewust zijn dat we er onderdeel van zijn. En dat alsmaar moeilijker en moeilijker maakt om te beoordelen of hoe wij functioneren wel ok is?

Want als iedereen (ongeveer) hetzelfde doet, heeft het dan nog enige betekenis? Als het grootste deel van de groep status, macht en uiterlijk nastreeft, is het dan überhaupt nog mogelijk om gemotiveerd te worden om iets anders te doen? Om dingen anders te doen dan 99% van onze groep?

Het is op zo’n gigantische schaal normaal geworden om status, macht en uiterlijk na te streven, dat we er haast niet meer bij stil staan dat dit een dysfunctie zou kunnen zijn. Het is op zo’n verdomd grote schaal de norm, dat het een gigantische opgave is om dit anders te doen dan 99% van je naaste.

Deze groep, onze wereldbevolking, waar we onszelf onbewust mee vergelijken, is zo verdomd groot dat iedere uitzondering die we binnen de groep treffen de vreemde eend is. We houden deze fundamentele dysfunctie op zo’n grote schaal in stand, dat er geen vergelijkingsmateriaal is om het aan af te meten. Er is geen “andere” groep, zoals dat we vegetariërs VS de vleeseters hebben.

Dat iets de norm is wil niet zeggen dat het goed is. De kans is gigantisch groot dat anderen ook problemen ondervinden door deze norm. Maar niemand spreekt erover, want waarom zou je de norm aan de kaak stellen?

De mens is een sociaal wezen. Het zit in de aard van de mens om zich samen veiliger te voelen dan alleen. Evolutionair gezien zijn we van elkaar afhankelijk. Het is voor de huidige mens nog steeds veiliger samen te zijn onder omstandigheden die we kut vinden. Dan alleen te zijn onder omstandigheden die we mogelijk fijn zouden vinden

Het oneindige gevecht tussen autonomie en sociale binding

De paradox van autonomie en sociale binding. Want enerzijds willen we gewoon eigen keuzes maken, maar we willen ook ergens bij horen.

Dit is de constante spanning die we als mens voelen. De constante spanning tussen autonomie (vrijwillige keuzes maken) en sociale binding (je conformeren aan de groep).

Het kan helemaal geen kwaad om eens stil te staan bij de manieren waarop we ons momenteel conformeren aan groepen. Aan samenlevingen.

Waar maken we momenteel echt keuzes die compleet vrijwillig zijn? Keuzes die alleen maar gemaakt worden omdat we datgene waar we voor kiezen in zichzelf plezierig of belangrijk vinden. En waar maken we momenteel keuzes om ons te conformeren aan de levensgrote groep genaamd: onze medemens.

De gratis trip die 150+ mensen deden. 20 zijn er levenslang verward. 34 zijn er nooit meer teruggevonden. De trip is op eigen risico.