1.6. Je bent bang voor wat je nodig hebt

“Dude, what the fuck… what happened?”. Jim stond geschrokken voor de deur en hield zijn armen opengevouwen.

‘Kom binnen, amigo’ antwoordde ik.

‘Ik heb je direct tien keer teruggebeld toen ik je gemiste oproep zag, maar je nam niet op. Ik schrok me kapot dude ik ben direct naar je huis gereden.’

Het leven vraagt soms de meeste kracht op de momenten dat je het zwakst bent.

Maar dat was waarom ik zoveel van Jim hield als mijn beste vriend. Hij was er júíst voor me als het zo slecht met me ging dat ik zelf niet in staat was om hulp te vragen.

‘Maak je niet druk amigo, ik vertel je alles. Komt goed.’ antwoordde ik halflachend. Het was een gemeende lach.

In de vijf jaar dat we met elkaar omgaan hebben Jim en ik elkaar twee keer eerder gebeld. Één keer belde Jim mij omdat zijn ex erachter was gekomen dat hij zijn buurvrouw had geneukt in hun bed. En de tweede keer had ik Jim gebeld om te vertellen dat ik bijna de fout in was gegaan met Sofie’s zus.

Met de jaren is ons telefoonnummer een persoonlijk alarmnummer geworden voor elkaar. Met ieder telefoontje bezorgde we elkaar een paniek aanval.

Het was niets om trots op te zijn, maar dát maakte het juist zo mooi. We wisten dingen van elkaar die zelfs de hel niet zou verteren. Onze duisternis verbond ons. Er was volledige compassie voor elkaars fouten en zwakheden. Misschien wel de hoogste vorm van liefde.

‘Ik krijg nog een keer een hartstilstand’, zei hij zwaar ademend toen hij zich op de bank liet ploffen, ‘kom op, vertel!’.

Ik ging tegenover hem zitten en knikte serieus.

‘Ze is erachter gekomen he? Ik wist het dude, ik wist het. god god verdomme.’ Jim sloeg met beide handen op zijn hoofd ‘hoe is ze erachter gekomen?’

‘Nee, nee, ze is er niet achter gekomen’, antwoordde ik, ‘maar het is wél over, Sofie heeft het gisteren uitgemaakt.’

Het was de eerste keer dat ik het hardop uitsprak. Het was de eerste keer dat ik met iedere vezel in mijn lichaam besefte dat het écht over was. Het was voorbij. Sofie en ik waren niets meer dan een herinnering.

Hoe vaak moet ik onze laatste knuffel wel niet afgespeeld hebben in mijn hoofd. Een eindeloze herhaling van wat niets meer was dan een herinnering.

Ik wilde onze knuffel op pauze zetten en als achtergrond instellen op mijn iPhone.

‘Ik vind het verschrikkelijk voor je man’ zei Jim. Hij meende het.

‘Ik ook.’ antwoordde ik met een zucht terwijl ik mijn handen door mijn haren haalde en mijn derde whisky leegdronk. Het was maandagmiddag 14:00.

Ik hield het lege glas omhoog, ‘jij ook?’.

‘Dubbele’.

Toen ik terug kwam uit de keuken met de whisky keek Jim mij serieus aan. Hij knikte langzaam en knipperde langzaam één keer met zijn ogen. Om mij te laten zien dat hij de ernst van de situatie begreep. We waren beide sprakeloos.

Het nadeel van wijze vrienden is dat ze je geen uitweg geven uit je problemen. Ze zeggen geen onzinnige dingen als ‘het komt goed’ of ‘je verdient beter’.

Al was ik blij dat mijn vrienden geen toevlucht boden middels gezelschap, nobele standpunten of theorieën om mijn pijn te verklaren. Onze vriendschap was niet gebaseerd op illusies. We wisten dondersgoed dat we onszelf vroeg of laat toch zou ontmaskeren.

Uiteindelijk haalt de eenzaamheid ons in. Uiteindelijk forceert het de confrontatie met onszelf. Uiteindelijk zal het ons ondervragen.

“Een relatie is uitgesteld vrijgezel zijn, zoals lopen uitgesteld vallen is.” zei ik terwijl ik een slok whisky nam.

‘ouwe cynist’, Jim lachte.

‘Sinds dat het uit is met Sofie moet ik telkens denken aan het weekend’, begon ik mijn verhaal.

‘Ik zat in het park en een wat oudere man riep me om te komen kijken naar een dode egel’, Jim keek verbaasd, ‘precies ja, precies. Ik was ook verbaasd. Hij vertelde dus dat egels elkaar warm houden door dicht tegen elkaar aan te kruipen, maar dat wanneer ze te dicht op elkaar komen ze elkaar pijn doen met elkaars stekels. Waardoor ze steeds geneigd zijn weer van elkaar af te gaan.’

‘Egels?’ Antwoordde Jim.

‘Egels, ja, je weet wel. Die beesten met stekels.’

‘Maar wat wil je hiermee zeggen’ vroeg Jim terwijl hij wat rechter op ging zitten.

‘Nou.. Die angst voor zowel stekels als kou slingert ze heen en weer tussen beide kwellingen. Totdat ze een afstand vinden waar ze zowel niet bezeerd worden door elkaars stekels als niet bezeerd worden door de kou. Het probleem aan deze pijnvrije middenweg is dat het hun behoefte aan warmte niet bevredigd en ze ook niet volledig beschermd tegen de kou. Waardoor ze alsnog onbewust dood vriezen.’

Ik keek naar Jim, die mij nog steeds erg verbaasd aankeek, ‘Een egel is dus eigenlijk bang voor precies datgene dat hij nodig heeft om te overleven.’

Jim wreef met zijn linkerhand hand over zijn kin en keek mij vragend aan.

‘Fabri, ik, ik denk dat ik begrijp wat je bedoel. Maar ik weet niet helemaal waar dit ineens vandaan komt. Wat wil je precies zeggen?’

‘Misschien zijn mensen wel net als egels.’ antwoordde ik.

‘Hoe dan?’, er zweefde nog net geen kleine vraagtekentjes rond Jim’s hoofd.

‘Onze behoefte aan verbinding en intimiteit ontstaat vanuit de leegte en eentonigheid van een eenzaam bestaan. Eenzaamheid, angst voor eenzaamheid, brengt ons dichter bij elkaar. Maar onze gebreken, onaangename eigenschappen en onverdraaglijke fouten zorgen er telkens weer voor dat we opnieuw afstand nemen. Het zijn onze stekels waar we elkaar mee bezeren en ons van elkaar afstoten.’

Ik ging rechter op zitten en boog verder naar Jim toe, zelfverzekerd van mijn nieuwe inzicht.

‘Ook de mens slingert heen en weer tussen zijn beide kwellingen. We slingeren heen en weer tussen eenzaamheid en pijn in een relatie. Ook de mens heeft een gematigde afstand uitgevonden waar we zowel niet eenzaam zijn als de ander ons geen pijn kan doen met zijn ‘stekels’. Een gematigde afstand die onze behoefte aan verbinding niet bevredigd en ons ook niet beschermd tegen eenzaamheid.’

‘Wauw….’ antwoordde Jim.

‘Snap je wat ik bedoel?’ Ik gebaarde hevig met mijn handen.

‘We zitten vast in een soort hel waar we onbewust dood vriezen.’

Jim knikte bevestigend, ‘ook wij zijn bang geworden voor precies datgene dat we nodig hebben om te overleven’ zei hij.

‘Precies!’ antwoordde ik enthousiast, ‘Gaandeweg zijn we bang geworden voor elkaars gebreken, onaangename eigenschappen en onverdraaglijke fouten. We zijn bang geworden voor het leed dat we elkaar kunnen bezorgen. En die angst om pijn gedaan te worden weerhoudt ons ervan om intiem te worden.’

‘En we hebben niet eens echte stekels. Alleen issues.’ zei Jim lachend.

‘Cheers, amigo’ ik nam een slok van mijn whisky ‘op onze issues’. We proostte.

‘Ik zeg het je dude, het leven is geen lift. Er kan altijd nog een probleem bij.’ zei Jim.

Hij had gelijk. Het leven is geen lift. Het kan áltijd erger. Er kan áltijd nog iets bij.

‘Weetje Jim, als ik realistisch ben heb ik mezelf nooit volledig gegeven aan Sofie. Maar in het vermijden van haar stekels heb ik mezelf ook de mogelijkheid ontnomen om intiem te zijn. Ik vroor langzaam dood zonder dat ik het doorhad.’

Jim stond op en wreef met zijn hand over mijn hoofd.

‘Kale egel’.

GRATIS e-book + twee verhalen per week

175+ mensen krijgen twee verhalen per week. Over donkere emoties en gedachtes, gestuurd worden door angsten en hoe we zelf onze eigen gevangenis zijn.

Verder lezen?