1.5. Iemand pijn doen waar je van houdt

Sofie kon ieder moment thuiskomen van haar ouders.

Ik wilde de tijd vooruitspoelen tot na het gesprek, naar de knuffel waar we het met elkaar goedmaken. En tegelijkertijd wilde ik de tijd stilzetten zodat Sofie nooit thuis zou aankomen. Dan hoefde ik de pijnlijke confrontatie met de consequenties van mijn gedrag niet aan te gaan.

Het was de zoveelste keer dat Sofie en ik ruzie hadden gehad. De zoveelste keer dat we erover zouden praten. De zoveelste keer dat Sofie mij met tranen in haar ogen moest vertellen hoeveel pijn de ruzies haar deden.

Ik hoorde de deur zachtjes opengaan en zag vanaf de bank hoe Sofie het huis binnenkwam. Ze zag er versleten uit. Haar mooie lange asblonde haar zat half in een knot gepropt en ze had een grote trui aan met een sport legging. Haar bruine ogen, die normaal prachtig glinsteren, waren dof en helemaal gezwollen van het huilen.

Haar gezwollen ogen waren een symbool geworden voor het verdriet dat ik in staat was aan te richten. Het zorgde iedere keer weer voor een ondraaglijk schuldgevoel.

De meeste pijn kwam echter voort uit het besef dat dit niet de laatste keer zou zijn dat ik Sofie zo verdrietig zou maken. Dat ik in staat was om iemand pijn te doen waar ik zoveel van hield. Dat was mijn pijnlijke realiteit.

Onze ruzies waren een obstakel. Hoe onzinnig ze ook leken, ze waren zo ingrijpend. Ik kon ze niet verteren en ook niet kon ophoesten. Ik zat halverwege vast, waar ik herkauwd werd door een emotionele marteling van frustratie, eenzaamheid en schuld.

Ik wilde haar vertellen hoeveel ik van haar hield en dat het mij speet, maar daar kun je op een gegeven moment niet meer mee aankomen.

Die ogen, mijn god, die ogen.

Ik keek in de spiegel van haar hart.
Een hart vol verdriet.

Ze kwam naast mij zitten op de bank en ik pakte haar stevig vast. Ik hoopte met iedere vezel in mijn lichaam dat zij mij ook zou vastpakken, maar dat deed ze niet.

‘Fijn dat je er bent’ fluisterde ik.

Ze antwoordde niet.

‘Hoe was het bij je ouders?’ vroeg ik toen ik haar losliet. Ze antwoordde: ‘ja, prima.’ maar dacht eigenlijk ‘wat is dat voor kut vraag?’. En daar had ze gelijk in. Ik wist me alleen geen houding te geven.

Ze antwoordde niet.
Ze knuffelde me niet terug.

We zaten naast elkaar op de bank, maar het voelde alsof we twee kilometer van elkaar vandaan zaten. Het verschil tussen onze fysieke en emotionele afstand werd mij eng duidelijk. Ik ging gebukt onder dit contrast.

We hadden ons emotioneel van elkaar afgezonderd en gebruikte onze lichamen om het te verbergen.

‘Ik weet dat je verdrietig bent. Dat komt door mij, dat weet ik ook’ begon ik ‘maar we zullen toch echt met elkaar moeten praten om het op te lossen’.

Weer geen reactie.

Wel een enorm diepe zucht.

Sofie deed haar handen voor haar gezicht en drukte met haar vingertoppen het vel op haar voorhoofd omhoog terwijl ze nee knikte.

‘Sofie…’ ik legde mijn hand op haar schouder om contact te maken ‘Wil je dat we het er een andere keer over hebben?’

Ze trok zich van mij weg, alsof ik haar stak met mijn stekels. 

Wat deed dát pijn.

‘Dán toch niet. Ik probeer hier iets van te maken, maar als je niet reageert en niet wil helpen dan gaat het moeilijk worden.’

Ik wilde opstaan maar liet mij weer op de bank zakken.

‘Fucking hell Sofie, wéér dat onvolwassen gedrag! Denk je dat je enige bent die verdriet heeft en zich klote voelt? Alllllessss moet aaaaaltijd maar weer om Sofie draaien! Zo werkt het niet!’

Ik stond dit keer wél op van de bank om naar de keuken te lopen. 

Halverwege de woonkamer hoorde ik Sofie haar stem achter mij: ‘Fabrizio’.

Ze klonk vastberaden, wat ik niet van haar gewend was. Wat mij direct opviel was dat ze mijn hele naam gebruikte. Dat deed ze nooit.

‘Wat?’, ik draaide me om en keek haar sarcastisch aan, ‘wil mevrouw toch wél praten?’

‘Nee’ antwoordde ze.

‘Ik maak het uit.’

GRATIS e-book + twee verhalen per week

175+ mensen krijgen twee verhalen per week. Over donkere emoties en gedachtes, gestuurd worden door angsten en hoe we zelf onze eigen gevangenis zijn.

Verder lezen?