1.2. Boosheid is de tolk van mijn verdriet

‘Heeeyyyy lieve Fabri!’ riep Sofie vanaf de bank.

Voordat ik kon antwoorden zag ik vanuit de gang dat Sofie haar favoriete bezigheid alweer had opgepakt (eindeloos scrollen op haar Instagram tijdlijn die volstaat met plaatje-perfect vrouwen die eigenlijk gewoon goede cameratjes zijn).

Het zou me niets verbazen als haar duim scharnieren op haar veertigste versleten zijn.

Ik liep dóór de woonkamer direct naar de keuken om wat te drinken.

Sofie glimlachte heel even mijn kant op en nog vóórdat ik haar glimlach kon beantwoorden met mijn glimlach keek ze alweer weg, alsof ik één van de vele posts was waar ze doelloos voorbij scrollde op haar Instagram tijdlijn.

Ze had niet eens gemerkt dat ik haar groet niet had beantwoord. Groet dán gewoon niet… als het toch alleen sociaal wenselijk gedrag is.

‘Is er wat aan de hand, schat?’ vroeg Sofie mij tien minuten later toen ze de keuken in kwam lopen.

Ik bedacht me dat Sofie ook een zware dag kon hebben gehad en gewoon even op zichzelf wilde zijn. Het was beter om mijn frustratie niet naar haar te uiten voordat ik wist wat er aan de hand was.

Ik wilde verstandig zijn, maar mijn lichaam was het er gewoonweg niet mee eens. Mijn hartslag versnelde en er kwam druk op mijn hoofd kwam te staan, alsof iemand mijn hoofd samenperste tussen zijn grote handen en mijn hoofd ieder moment uit elkaar kon knallen.

‘Nee, waarom?’ antwoordde ik op mijn meest verbaasde toon.

Mijn blik en lichaamshouding verraadde waarschijnlijk al dat ik niet verbaasd was, maar gefrustreerd. Mijn hoofd en lichaam zijn het vaker niet met elkaar eens. Alsof mijn lichaam niets liever wil dan dat de ander ziet hoe ik mij voel, in de hoop dat diegene dat gevoel kan wegnemen.

‘Je bent direct naar de keuken gegaan en ik heb je niet meer gezien, dus ik dacht misschien is er wat aan de hand…’ zei ze met een bezorgde toon alsof ze tegen haar halfzwakke zoon praatte die direct naar zijn kamer stormde na zijn eerste dag op de basisschool.

Ze legde nog net niet haar hand op mijn schouder…

Ze is verdomme zelf te druk bezig met haar telefoon om normaal contact met mij te maken, maar als ik tien minuten in de keuken sta dan inééns is er wat met mij aan de hand.

‘Je legt nog net niet je hand op mijn schouder om mij te troosten’ antwoordde ik, en kon dit keer ook de frustratie in mijn stem niet onderdrukken.

Ik draaide me weg van haar en pakte een schoonmaakdoekje om het aanrecht schoon te vegen. Dat doe je nou eenmaal op ongemakkelijke momenten waar je je geen houding weet te geven. Een soort laatste poging om je frustratie op iets anders te richten.

Sofie keek verbaast, ademde uit en herhaalde zichzelf: ‘Schat, ik vraag alleen maar wat er is omdat je nooit in de keuken blijft staan als je thuiskomt van werk’.

Dit keer nog liever dan de vorige.

Ze pauzeerde even, alsof ze een puntkomma inlaste, en voegde eraan toe: ‘ik bedoel er helemaal niets mee.’

Ik kon wel exploderen van woede en zocht naar zelfcontrole, dat verstoppertje met mij leek te spelen.

Alsof ik een pannenlikker langs een kom haalde om de laatste restjes koekbeslag te schrapen sprokkelde ik mijn laatste restjes zelfcontrole bij elkaar.

Gelukkig had ik net genoeg beslag bij elkaar gesprokkeld om een vriendelijke toon te bakken met een glazuur van mijn meest cynische glimlach.

‘Schat, ik waardeer je zorgen, maar ik heb al gezegd dat er niets aan de hand is. Ik ga inderdaad nooit naar de keuken, maar jij was zó gefocust op je telefoon dat ik dacht dat je even op jezelf wilde zijn. Dus ik ben hier blijven staan.’

Mijn slinkse manier om haar (terechte) punt, middels onweerlegbare logica, om te buigen naar een bewuste keuze van mijn kant.

‘Oh, nee. Ik hoef niet op mezelf te zijn hoor, met mij is niets aan de hand.’ zei ze met een iets wat verwarde manier die haar frustratie moest verbergen voor mij.

Ik was mij bewust van het beschamende feit dat ik Sofie manipuleerde om maar niet toe te geven wat ik daadwerkelijk voelde en dacht.

Als schuld een geur had zou Sofie kunnen ruiken dat mijn longen zuurstof niet langer co2 uitademde.

Maar schuld.

Dit was het herkenbare punt waarop ik honderden keren heb gestaan.

Het morele dilemma dat, ongeacht mijn besluit, alleen maar leidt naar een pijnlijke eindbestemming.

Aan mijn linkerzijde ligt de weg naar intimiteit.

Die kapotte bermweg met eenzame kuilen en kwetsende hobbels wordt versperd door een spijkerbed van Sofie de confronterende waarheid vertellen over hoe ik mij voel. Een weg zonder verlichting. Een weg waar zelfs de Google-Maps wagen niet is geweest om hem te verkennen.

Aan mijn rechterzijde zie ik een weg naar lafheid.

Die snelweg waar niemand mij voor de voeten rijdt als ik met 150 zelf-beschermende leugens per uur over de schuldstrook knal om die pijnlijke bestemming voorbij te rijden. Een snelweg die voor 99% is geasfalteerd met opluchting, maar mij in de laatste meters voor de eindbestemming zijn asfalt verruilt voor een dun laagje schaamte waar ik compleet doorheen zak. Een snelweg waar ik door mijn hoge snelheid het rode kruis boven de weg mis en de STOP-borden mij de illusie geven dat ze niet voor mij bedoeld zijn.

Denk niet dat ik niet naar links wíl.

Maar het is alsof mijn navigatie de nieuwste update mist en nog niet wéét dat je er ook via links kan komen, waardoor het mij telkens weer via rechts naar mijn eindbestemming leidt.

Ik zal niet ontkennen dat ik niet heb geprobeerd mijn navigatie te updaten.

Want eerlijk gezegd, weet ik niet of links wel zoveel beter is.

Is er überhaupt wel beter?

Het heeft meer met kiezen te maken, geloof ik.

Alsof er een stier op me afkomt die mij hoe dan ook gaat doorboren en het er eigenlijk op neerkomt dat ik moet kiezen of ik door zijn linker of rechter hoorn doorboord wil worden.

Het resulteert beide in een gat in mijn hart.

Beide wegen wil ik vermijden.

Mijn handen waren klam geworden van de spanning.

Ik klemde mijn kiezen op elkaar, zuchtte mijn adrenaline weg en keek Sofie recht in haar ogen aan.

‘Als er niets aan de hand is… waarom the FUCK vind je het dan belangrijker om eindeloos te scrollen door een overzicht met vrouwen die allemaal dezelfde kleding dragen en dezelfde semi-poëtische quotes posten om hun focus op het uiterlijk te compenseren, dan mij op een normale manier te begroeten als ik thuiskom van mijn werk?’ zei ik met verheven stem terwijl ik mijn schoonmaak doekje op het aanrecht smeed.

‘Vertel dan waarom, VERTEL DAN!!’ schreeuwde ik erachteraan.

Sofie wist niets te zeggen en stond overdonderd naar mij te kijken.

Haar stembanden waren sprakeloos, maar in haar blik las ik een emotionele orgie van schuld, schaamte, verdriet en frustratie.

Ze ontweek mij door haar blik te bewegen tussen de grond en de muur, zoals kleine kinderen dat doen wanneer ze op hun flikker krijgen als ze iets omstoten waar ze niet aan hadden mogen zitten.

‘Ja.. maar…’ probeerde ze haar verhaal te beginnen, maar ik onderbrak haar direct.

Sarcastisch ja-knikkend gilde ik ‘OHH nu komt het hoor, NU KOMT HET!’.

Ik boog wat voorover met mijn hoofd en haalde mijn wenkbrauwen op, alsof ik oprecht wachtte op een antwoord van Sofie.

‘ZEG DAN!?’

Daar reed ik weer met 150 zelf-beschermende leugens per uur. Recht op dat dunne laagje schaamte af waar ik ieder moment doorheen kon zakken.

Kut navigatie.


Verder lezen? 👇